Bezoek ook eens

WWW.TASMEDES.NL
 
gewijd aan de interactie van geloof en natuurwetenschap


God en de Menselijke Maat:


Gods Handelen en het Natuurwetenschappelijk Wereldbeeld

door Taede A. Smedes

 

 

Hoofdstukken:

Overige Links:

Interview

in Friesch Dagblad, 26-08-2006

(gepubliceerd in FD op 26-08-2006, gepubliceerd met toestemming van de auteur)


Taede Smedes in ‘God en de Menselijke Maat’

 

Wetenschap is geen bedreiging voor het geloof

Welke ontdekkingen de natuurwetenschappers ook doen, zij zullen nooit bij machte zijn om God en het geloof naar de marge van het bestaan te verdringen. Dat is de overtuiging van theoloog Taede Smedes. “Gelovigen hoeven de natuurwetenschap helemaal niet als een bedreiging te beschouwing”, stelt Smedes. “Dat is een denkfout, die veel verwarring heeft opgeleverd.”

Door Tjerk de Reus

Zou de natuurwetenschap géén bedreiging zijn voor het geloof?! De talloze boeken die geschreven zijn over het thema ‘geloof & wetenschap’ lijken juist iets anders duidelijk te maken: dat er een grote, voor sommigen ondraaglijke spanning is tussen wetenschap en geloof. Taede Smedes (1973) maakt korte metten met deze veelbeschreven problematiek: ,,Het is een non-probleem,” stelt hij. ,,Het is een vergissing om te denken dat je als gelovige in een soort concurrentieverhouding zou staan met de wetenschap. Gelovigen denken vaak: als de wetenschap ‘alles’ kan verklaren, zijn we ons geloof kwijt. God zou dan irrelevant zijn geworden, geen betekenis meer hebben. Daarom proberen ze Gods aanwezigheid en werkzaamheid te zien in voor ons onverklaarbare dingen. Vroeger zag men bijvoorbeeld de hand van God in natuurverschijnselen, in ziekte en onbegrijpelijke genezingen. Maar is het verstandig om op zo’n manier Gods aanwezigheid te constateren? Ik denk het niet. Volgens mij moet je niet op zoek gaan naar onverklaarbare zaken in de werkelijkheid, om daarvan te zeggen: dáár zie je de hand van God! Dit begrijpen we niet, dit gaat ons te boven - dus dat doet God. Iets soortgelijks doen aanhangers van de Intelligent Design-beweging, als ze zeer complexe organismen ontdekken in de natuur. Bijvoorbeeld de werking van cellen in het lichaam. Een cel is een microscopisch kleine eenheid, waarbinnen zeer ingenieuze processen werkzaam zijn. De conclusie luidt dan: deze complexiteit is zonder de sturende hand van een Ontwerper onverklaarbaar. Met andere woorden, hier zien we Gods werkzaamheid heel concreet voor ons.”

,,Ik denk dat dit een principieel verkeerde denkwijze is. Als je een blik werpt op voortschrijdende wetenschap in de afgelopen eeuw, zie je waarom. De wetenschap ontrafelt steeds weer dingen die we eerder voor ‘onverklaarbaar’ hielden. Dat proces gaat onstuitbaar voort. Zo bekeken verliest God heeft God steeds meer terrein verloren en dat zal in de toekomst niet anders zijn. Het ene na het andere onverklaarbare natuurverschijnsel wordt door de wetenschap opgehelderd en voorzien van een verklaring. Je komt hier dus in de problemen: je geloof lijkt steeds minder grond onder de voeten te hebben!”

,,Mijn punt is dat dit een verkeerde manier van denken is. Je raakt danig in de problemen als je veronderstelt dat God of zijn werkzaamheid aanwijsbaar is binnen onze natuurlijke werkelijkheid. Dat je dus zou kunnen constateren: kijk, dìt heeft God gedaan, hier zie je zijn sturende invloed. Ik denk dat dit de grote vergissing is die de bron is geweest van veel geharrewar over geloof en wetenschap. Het is zinvoller om het anders te bekijken. Het geloof spreekt een andere taal dan de wetenschap. Je moet die twee talen uit elkaar houden en niet met elkaar verwarren.”

Het boek van Taede Smedes draagt de titel God en de menselijke maat. Het is min of meer een vervolg èn een popularisering van zijn proefschrift, dat ook betrekking had op het snijvlak van natuurwetenschap en geloof. Smedes’ centrale stellingname in zijn proefschrift èn in zijn nieuwe boek betreft een pleidooi om zich niet te laten ‘beheksen’ door het wetenschappelijke wereldbeeld. Maar waar hebben we het dan precies over? ,,Het gaat mij om het heersende wereldbeeld,” legt Smedes uit. ,,Dat wordt bepaald door de natuurwetenschappen. Daar merk je niet zoveel van, omdat het zo allesbepalend is. Ik denk dat het voor een westerling uit de eenentwintigste eeuw nauwelijks mogelijk is om van gedachten te wisselen met iemand uit de middeleeuwen - stel dat er een tijdmachine bestond. Vroeger was er het besef van een bovennatuur, als het verlengde van de natuur. God was bovennatuurlijk, de engelen kwamen soms naar ‘onze kant’ om boodschappen van God te brengen. Leiding van God werd op allerlei manieren ervaren. De Urker vissers baden tot God of Hij vis in hun netten wilde brengen. Nu is die bovenwereld goeddeels verdwenen uit het collectieve besef. Nu is alles materieel, berekenbaar en feitelijk. Dat is een zeer belangrijk gezichtspunt, dat ontstaan is als gevolg van de natuurwetenschappen. Dat impliceert dat alles meetbaar is en dat je overal een materiële oorzaak voor moet kunnen vinden. Liefde bijvoorbeeld zou het effect moeten zijn van een chemische reactie in de hersenen. De Urker vissers zoeken de vissen op met sonarapparatuur en wie een druk kind heeft, zegt: mijn kind heeft ADHD - wat te bestrijden is met chemische middelen, pilletjes. Enerzijds kun je er niet onderuit dat dit eenvoudig onze leefwereld is en dat we veel profijt hebben van technische verworvenheden. Anderzijds moet je heel kritisch staan tegenover de totaliteit van deze werkelijkheidbeleving, want andere beseffen verdwijnen daardoor. Bijvoorbeeld het besef van waarden en het religieuze besef. Die zijn uiteindelijk niet materieel hard te maken en dus staan ze binnen het hedendaagse wereldbeeld altijd zwak.”

Volgens Smedes wordt het problematisch wanneer we in het spreken over God - door de kerk of door de theologie - onze oren laten hangen naar het door de wetenschap bepaalde wereldbeeld. Dan zou je in feite God beperken tot de menselijke maat. Dat is helder - maar het roept ook een vraag op. Want als gelovige wil je wel graag een verband kunnen zien tussen God en de wereld, tussen God en je eigen leven en ervaringen. Leidt het scheiden van geloof en wetenschap als twee afzonderlijke terreinen of talen, zoals Smedes voorstelt, niet evenzeer tot afwezigheid van God in de wereld? Hoe zou je God en wereld bij elkaar kunnen brengen - nadat je ze eerst via de receptuur van Smedes uiteen hebt gehaald?,,Dit is een zeer moeilijk punt,” geeft Smedes toe. ,,In mijn boek richt ik me hoofdzakelijk op het weerleggen van onjuiste denkwijzen en redeneringen. Op de mengvorm van wetenschap en geloof die verwarring opgeleverd heeft. Het gaat mij er steeds om te laten zien waarom sommige denkwijzen adequaat zijn en andere niet adequaat. Soms brengt je jezelf in de problemen als je op een bepaalde manier over God wilt denken. Maar vervolgens doemt de vraag op hoe God wel betrokken is in deze wereld. In mijn boek bespreek ik Gods algehele betrokkenheid bij mens en wereld, zijn zogenoemde ‘voorzienigheid’, maar wel op tamelijk abstracte wijze. Hoe je God concreet kunt opmerken, bijvoorbeeld, is een vraag die ik grotendeels laat liggen. Ik zou niet weten wat ik in zijn algemeenheid op die vraag zou moeten zeggen. Als theoloog denk ik na over de manieren waarop mensen God ervaren en dat verwoorden. Dat is uiteindelijk ook alles wat we hebben: getuigenissen van mensen over God. Wie God zelf is, weten we niet. Dat betekent niet dat we er dan maar het zwijgen over moeten toedoen. God is voor gelovigen belangrijk en daarom is spreken over God noodzakelijk. Als theoloog probeer ik te verhelderen hóe er over God gesproken wordt en welke voor- of nadelen dat heeft.”

De constatering dat we niets over God weten, lijkt geen vruchtbare bron voor theologie te zijn. Toch denk Smedes dat je er niet onderuit kunt - en dat je er tegelijk op een goede manier mee moet omgaan. ,,Al ons spreken over God is menselijke spreken. Het is niet letterlijk waar, dus niet 100% betrouwbaar. Je kunt God een vader noemen, maar hij is geen vader in biologische zin. Je kunt God een persoon noemen, maar hij is dat ongetwijfeld niet op de manier waarop wij een persoon zijn. God is echt anders dan wij, Hij is transcendent. Als je dat goed beseft, kan je dat ervoor behoeden hem per se in de natuurlijke werkelijkheid aan het werk te zien. Want dan zeg je eigenlijk dat God een oorzaak onder andere oorzaken is, dat Hij een van de vele factoren is die werkzaam zijn in de wereld. Ik denk dat zo’n denkbeeld tekort doet aan Gods aanbiddenswaardigheid. Kunnen we een God aanbidden die eigenlijk een onderdeel is van ons werkelijkheid? Ik denk het niet, want dan staat God op hetzelfde niveau als wij.”

,,In de christelijke traditie zijn door de eeuwen heen veel dogma’s geformuleerd: God zou zo zijn en God zou zus zijn. Allerlei hoedanigheden zijn vastgelegd. Hoe je daar ook over mag oordelen, het is duidelijk dat àchter veel van deze dogma’s de notie van Gods verhevenheid, zijn grootheid en aanbiddenswaardigheid schuil gaat. Uiteindelijk is dat de diepste overtuiging van waaruit ik mijn boek geschreven heb: als we God als een aanbiddenswaardige God serieus nemen, dan moeten we de kettingen van het huidige natuurwetenschappelijke wereldbeeld van ons afgooien en ons niet laten beheksen door de eisen van de moderniteit. Het geloof is een verhaal met eigen rechten. Daarom heb ik de natuurwetenschap en geloof nadrukkelijk uit elkaar willen halen in mijn boek.”

N.a.v. God en de menselijke maat. Gods handelen en het natuurwetenschappelijke wereldbeeld. Door Taede A. Smedes. Zoetermeer uitg. Meinema. 244 blz. € 19,50

Bron:

Friesch Dagblad

zaterdag 26 augustus 2006