|
Bezoek ook eens |
|
|
|
Hoofdstukken:
Overige Links: |
Hoofdstuk 8 Hoe doet God het? De vraag naar Gods voorzienigheid Met het spreken over Gods voorzienigheid (providentia) wordt een aantal zaken aangeduid: (1) dat God een blik op de toekomst heeft die helderder is dan de onze, (2) dat God onze werkelijkheid met een bepaald doel geschapen heeft en dat God de wereld door zijn voorzienigheid naar dat doel leidt, en (3) dat God in bepaalde dingen zal voorzien, dat God voor bepaalde zaken kan en zal zorgen. Traditioneel wordt in het spreken over Gods voorzienigheid een onderscheid gemaakt tussen 'algemene (of gewone)' voorzienigheid (providentia ordinaria) en 'speciale (of buitengewone)' voorzienigheid (providentia extraordinaria). In hoofdstuk 8 (130-149) ga ik in op Gods algemene voorzienigheid, waarin tot uitdrukking komt dat God de orde van onze werkelijkheid bewaart, ondersteunt en regeert door middel van de oorzakelijkheid die we in onze werkelijkheid merken. Ik bespreek derhalve het verschil tussen primaire en secundaire oorzakelijkheid (causaliteit), en de werking van de natuurwetten, en hoe dit alles raakt aan het spreken over Gods algemene voorzienigheid. Gods 'buitengewone' of 'speciale' voorzienigheid brengt tot uitdrukking dat binnen de geschiedenis van onze werkelijkheid bepaalde, als buitengewoon gekenmerkte, gebeurtenissen als specifieke uitingen van Gods handelen worden gezien. Gebeurtenissen in onze wereld, waar we normaliter van zouden zeggen dat ze een natuurlijke oorzaak hebben, kunnen hun oorsprong in God hebben, zonder dat de natuurlijke orde doorbroken wordt en zonder dat we het merken. De categorie van providentia extraordinaria is altijd al buitengewoon moeilijk gevonden, met name omdat velen vonden (en nog vinden) dat door de werking van de natuurwetten de notie dat God bepaalde zaken zonder tussenkomst van secundaire oorzaken (dus 'direct') zou kunnen beïnvloeden zinloos zou zijn geworden. Ik leg echter uit dat een dergelijke voorstelling van zaken een concurrentieverhouding tussen God en wereld impliceert en dus een theologisch inadequaat beeld is. Ik leg vervolgens uit hoe over Gods buitengewone voorzienigheid gedacht kan worden zonder een concurrentieverhouding tussen God en wereld te veronderstellen. Ook ga ik in op de vraag waarom het theologisch belangrijk is om over Gods voorzienigheid te (blijven) spreken. Detailopmerkingen Een uitgebreide literatuurlijst met boeken over Gods handelen zal nog volgen. Een klein, door mij samengesteld, lijstje is HIER te vinden. pagina 135: Film-metafoor. Op deze pagina komt een visie naar voren waarin God in één scheppingshandeling de hele geschiedenis maakt. Deze visie wordt de single-act theorie van Gods handelen genoemd. De twee theologen die deze theorie hebben ontwikkeld, zijn Maurice Wiles en Gordon Kaufman. Hun boeken zijn klassiekers op het gebied van divine action geworden:
Wiles schrijft: ... the proposal that I want to make is that the primary usage for the idea of divine action should be in relation to the world as a whole rather than to particular occurrences within it. ... So for the theist, who is necessarily committed to a unitary view of the world, the whole process of the bringing into being of the world, which is still going on, needs to be seen as one action of God. (Pag. 29.) En Kaufman schrijft: If we are to understand properly the phrase 'act of God,' then, we should use it first of all to designate the master act in which God is engaged, not the particular and relatively limited events that might first attract our attention. The latter must be regarded as secondary and derivative, to be grasped and interpreted in the light of God's master end, not in their own terms. This means for a monotheistic theology that it is the whole course of history, from its initiation in God's creative activity to its consummation when God ultimately achieves his purposes, that should be conceived as God's act in the primary sense. (Pag. 136v.) De single-act theorie van Gods handelen heeft het voordeel dat er niet meer over particuliere handelingen van God gesproken hoeft te worden, zodat het gevaar van goddelijke willekeur en van 'God-de-tovenaar' (zoals Polkinghorne het uitdrukt) afgewend is. Maar, zoals ik ook in het boek aangeef, de single-act theorie heeft weer een ander probleem, namelijk een sterk theologisch determinisme waarin mensen niet langer vrij zijn: hun handelingen zijn nu niet langer hun eigen handelingen, maar het is eigenlijk God die handelt. pagina 145: Synchroniciteit. Over synchroniciteit is met name op Engelstalig gebied veel interessants (en ook veel onzinnigs) te vinden, zie bijvoorbeeld HIER. De studie van Jung over synchroniciteit is nog altijd zeer interessant en actueel. Ook op Duitstalig gebied zijn er veel interessante boeken over synchroniciteit verschenen. Ook sommige wetenschappers zien een link tussen de moderne fysica en synchroniciteit. Zie bijvoorbeeld: F.D. Peat, Synchronicity: The Bridge Between Matter and Mind. Toronto: Bantam Books 1987. In Nederland verscheen enige jaren geleden het boek van de humanistisch filosoof Ilja Maso, De zin van het toeval. Baarn: Ambo 1997. Maso gaat diep in op het verschijnsel synchroniciteit en komt tot de conclusie (hoewel die niet zo helder is) dat het bewustzijn in zekere zin de wereld beïnvloedt; een idee wat recentelijk in de (verbluffende en uiterst fascinerende) film What the Bleep Do We Know? (klik HIER voor de Engelstalige site) is behandeld. Zie verder de Wikipedia en Google. Of ik ook zelf in synchroniciteit geloof? Je kunt moeilijk de realiteit van synchronistische ervaringen ontkennen. Iedereen heeft ze wel eens meegemaakt. De cruciale vraag is echter hoe je die ervaringen verklaart. Zijn het handelingen van God? Of zijn er 'morfogenetische velden' aan het werk, zoals Rupert Sheldrake meent? Of zijn het slechts onze hersenen, die gewend zijn aan het leggen van verbanden en af en toe verbanden waarnemen tussen gebeurtenissen die helemaal geen causaal verband hebben? Ik weet het niet. Ik ben geneigd om het laatste (de werking van onze hersenen) te onderschrijven - wat natuurlijk niets afdoet aan het ervaren van zinvolle a-causale verbanden. Eigenlijk is de vraag naar een verklaring voor synchroniciteit irrelevant voor de ervaring ervan (net zoals de vraag naar de oorsprong van religie irrelevant is voor wie een religieuze ervaring heeft gehad). Synchronistische ervaringen bestaan nu eenmaal en hebben voor sommige, gelovige mensen sterke religieuze connotaties. Iedere verklaring die die ervaring zou willen ondermijnen of als illusoir zou willen afdoen, slaat de plank mis en neemt de ervaring niet serieus.
|
"Het probleem tussen geloof en natuurwetenschap zit niet aan de kant van de natuurwetenschappen, maar het zit in de manier waarop over God gesproken en gedacht wordt. Daarom ben ik ook van mening dat veel theologen die proberen toch Gods handelen met natuurwetenschappelijke theorieën te verzoenen, onzinnig bezig zijn. Ze houden zich bezig met een probleem dat helemaal niet bestaat. ... ik denk dat veel benaderingen in religion & science theologisch gezien bullshit zijn." (p. 33)
ISBN 9021141132, €
19,50
|
|
|
||