|
Bezoek ook eens |
|
|
|
Hoofdstukken:
Overige Links:
|
Hoofdstuk 7 Wat doet God? De vraag naar 'Gods handelen' Tot nu toe heb ik me in het boek voornamelijk beziggehouden met Gods handelen 'in den beginne'. Als God nog altijd in en op deze werkelijkheid betrokken is, dan moeten we uiteraard ook spreken van Gods voortgaande invloed in en op de schepping: de creatio contina. In hoofdstuk 7 (113-129) staat dat aspect centraal. Ik ga in op het aspect van Gods conservatio ('onderhouding') van de wereld: de geloofsuitspraak dat God de schepping niet aan haar lot overlaat. Ik ga ook in op hoe je Gods onderhouding van de schepping niet moet verstaan. Ook hier ga ik weer in op het onderscheid tussen noodzaak en contingentie (aspecten die ook al in hoofdstuk 6 ter sprake kwamen), maar hier in de context van het verschil tussen pantheïsme en theïsme. Terwijl pantheïsme uitgaat van een noodzakelijke werkelijkheid, gaat een theïstische visie (met nadruk op Gods transcendentie) uit van de contingentie van al wat bestaat. In de tweede helft van het hoofdstuk ga ik in op de creatio continua waarin tot uitdrukking wordt gebracht dat bepaalde elementen van de ontwikkeling van onze werkelijkheid een uitdrukking zijn van Gods wil en activiteit. Gods voortgaande schepping maakt de schepping 'in den beginne' niet overbodig en weerspreekt haar niet, maar geeft aan dat de schepping (d.w.z. het scheppingsproces) nog niet ten einde is. De cruciale vraag daarbij is dan, als we aannemen dat God handelt, wat bedoelen we dan met handelen? Ik analyseer vervolgens in kort bestek wat we bedoelen als we over 'handelen' spreken, en hoe dat zich verhoudt tot het spreken over Gods handelen. Detailopmerkingen Een uitgebreide literatuurlijst met boeken over Gods handelen zal nog volgen. Een klein, door mij samengesteld, lijstje is HIER te vinden. pagina 116: Opmerkingen van Leibniz. Leibniz' bezwaren tegen Newtons argumenten zijn met name terug te vinden in de briefwisseling tussen Leibniz en de 'Newtoniaan' Samuel Clarke. Deze schitterende en actuele briefwisseling is vreemd genoeg nooit in het Nederlands vertaald. De briefwisseling is één boek verzameld: H.G. Alexander (ed.), The Leibniz-Clarke Correspondence. Manchester/New York: Manchester University Press 1956. Een gedetailleerde studie van de briefwisseling is: E. Vailati, Leibniz and Clarke: A Study of Their Correspondence. New York/Oxford: Oxford University Press 1997. pagina 116: Prutswerk. Deze term heb ik ontleend aan het boekje van Piet Vroon, Prutswerk! Veertig klachten aan de Schepper. Amsterdam: Ambo 1997. pagina 116, voetnoot 1: Rousseau. Wim Kleisen maakte mij erop attent dat het niet Rousseau was die zich verzette tegen Leibniz' gedachte dat we leven in het beste van alle mogelijke universa. Het was uiteraard Voltaire die in zijn Candide uit 1759 met Leibniz de draak stak naar aanleiding van de verschrikkelijke aardbeving in Lissabon. pagina 120: God en zeemonsters. Er komen in de Bijbel inderdaad passages voor waarin over God wordt gesproken als een strijder die strijd met de monsters van de chaos. Deze voorstellingen kwamen waarschijnlijk voort uit de interactie met scheppingsverhalen en kosmogonieën van de omringende volken van Israël. Een aantal boeken die aan deze chaosmetaforen zijn gewijd:
Er wordt dus in de Bijbel zelf op heel verschillende wijzen over God gesproken. Dat is ook de strekking van de volgende twee boeken:
De pluraliteit van spreekwijzen over God is er niet alleen, maar het is m.i. ook goed dat die er is. De ene spreekwijze relativeert immers de andere, zodat verabsolutering van godsbeelden voorkomen wordt. Echter, het wil niet zeggen dat er van een algeheel relativisme met betrekking tot spreekwijzen sprake is. Het kan immers wel zijn dat (afhankelijk van de context waarin gesproken wordt) de ene manier van spreken theologisch adequater wordt gevonden dan een andere. pagina 126: Feuerbach en projectie. Ik ga in de Detailopmerkingen van hoofdstuk 4 kort in op het projectiebezwaar (zie onder "pagina 76: Spreken over God in persoonlijke termen"). pagina 127, voetnoot 7: Liefde-relatie. Het kan lijken alsof het een tikfoutje is. "Het is toch liefdesrelatie", hoor ik nog wel eens. Toch is het met opzet zo geschreven. Ik heb het onderscheid tussen 'liefde-relatie' en 'liefdesrelatie' overgenomen van mijn leermeester Van den Brom. Hij gebruikt het woord om een onderscheid te maken tussen een relatie tussen God en mens en een (erotisch getinte) relatie tussen twee mensen.
|
"Het probleem tussen geloof en natuurwetenschap zit niet aan de kant van de natuurwetenschappen, maar het zit in de manier waarop over God gesproken en gedacht wordt. Daarom ben ik ook van mening dat veel theologen die proberen toch Gods handelen met natuurwetenschappelijke theorieën te verzoenen, onzinnig bezig zijn. Ze houden zich bezig met een probleem dat helemaal niet bestaat. ... ik denk dat veel benaderingen in religion & science theologisch gezien bullshit zijn." (p. 33)
ISBN 9021141132, €
19,50
|
|
|
||